Previous Page  9 / 68 Next Page
Information
Show Menu
Previous Page 9 / 68 Next Page
Page Background

Duitse Rijkshoenders

Kinlellen en oorlellen zijn nauwelijks middel-

groot en net als de kam rood van kleur. Ook de

ogen dienen rood van kleur te zijn, ook daar is

doorgaans niet veel op aan te merken. De mid-

dellange hals is voorzien van een goed ontwikkeld

halsbehang welke bij beide geslachten tot op de

schouders reikt. Bij de hen is de lange rug vrijwel

horizontaal, terwijl de rug van de haan iets afloopt

naar achteren. De borst is breed, diep en goed

bevleesd, waardoor naast de legbuik bij de hen

het type van een vlees-leghoen goed benadrukt

wordt. De vleugels dienen goed tegen het lichaam

aangetrokken gedragen te worden, de enigszins

samengevouwen staart wordt maar net iets boven

de ruglijn gedragen. Een te hoog gedragen of een

teveel gespreide staart doet direct afbreuk aan het

gerekte type. De middellange dijen dienen goed

uit elkaar geplaatst te staan, de eveneens middel-

lange loopbenen zijn fijn van vorm en wit tot licht

vleeskleurig van kleur. Voorkomende fouten zijn

een te korte rug en een wat zwakke onvoldoende

krachtige bouw. Hoewel het ras kan bogen op een

flinke eierproductie is met name voor de grote

Rijkshoenders de belangstelling in ons land bij-

zonder gering.

Tekst en foto: Willem Voskamp.

ontstond een model dat op een goede legcapaciteit

wijst, maar ook met voldoende volume om voor

een flinke bout. Daarnaast moest het -door het

geheel eigen type- ook de sportfokkers aanspreken,

geen van de gebruikte rassen is op een dominante

manier in het uiteindelijk ontstane ras aanwezig.

Door de kleine kopversierselen en de rozenkam

kon ook de vorst geen invloed uitoefenen op de

winterleg. De witte huid en de witte loopbenen,

tezamen met het fijne beendergestel konden bij-

dragen voor een prima bout die voor geen enkel

ander ras onder behoefde te doen. Bij onze ooster-

buren zijn een vrij groot aantal kleuren erkend, bij

ons zijn enkel wit en wit zwartcolumbia toegestaan.

Hoewel het toch om een interessant ras gaat is er

in ons land nauwelijks belangstelling voor.

Het type

Het betreft hier een middelzwaar hoen met een

middelhoge stelling, waarbij het lange rechthoe-

kige type het meest opvalt. Volwassen hennen

tonen een vrij diep achterdeel. De kleine kop

is voorzien van een niet te grote rozenkam met

een normaal ontwikkelde doorn die de neklijn

volgt. De dieren die we zien hebben doorgaans

de juiste kamvorm, een enkele keer zijn deze wat

weinig gepareld, dus iets te glad van oppervlak.

Zoals in de meeste landen waar de sportfok-

kerij van hoenders beoefend werd ontstond

ook in Duitsland aan het begin van de vorige

eeuw het idee om het nuttige met het aan-

gename te verenigen. Dit alles met als doel

een kippenras te creëren welke geschikt was

als vleeshoen, maar daarbij ook als leghoen

geschikt was.

Door het toepassen van verschillende kruisingen

ontstonden op die manier de Duitse Rijkshoenders.

De schepper van dit nieuwe ras was de in Berlijn

wonende kapitein Cremat. Zijn doel was een ras

te maken dat voor heel Duitsland geschikt was als

bedrijfshoen, eigenlijk min of meer een dubbeldoel

kip die ook de sportfokkers aan moest spreken. De

eerste proefkruisingen vonden plaats in 1901 en

1903, maar het duurde echter nog een aantal jaren

voordat meerdere fokkers zich voor zijn nieuwe

schepping interesseerden. De witte kleurslag

werd als eerste gefokt, waarbij witte Orpingtons,

rozenkammige Minorca’s, witte Wyandottes en

ook La Flèche’s gebruikt werden. Het mag duide-

lijk zijn dat er gebruik gemaakt werd van vlees- en

legrassen met als ultieme doel beide eigenschap-

pen te verenigen. Door de gerekte lichaamsvorm

Onbekend maakt onbemind

9