Pagina 59 - untitled

Basis HTML versie

59
Met behulp van warm-tesensoren kunnen ze hun potentiële gastheren ont-
dekken en met het reukorgaan kunnen ze de spe-cifieke geurstoffen van uw
hobbydieren identificeren.
De wetenschappelijke naam is
dermanyssus gallinae
. Zij is een geleedpotige, die
behoort tot de klasse der spinachtigen. In de praktijk wordt zij gerangschikt
onder de parasieten. De parasieten die op een gastheer worden aangetroffen,
vallen onder de ectoparasieten. Tot de ectoparasieten behoren dus de luizen,
vlooien en mijten. Luizen hebben in het volwassen stadium zes poten en
mijten acht.
Zij is lichtschuw en is over het algemeen alleen ’s nachts op haar gastheer
aanwezig om zich te voeden. De rest van de tijd zal zij zich verstoppen in haar
schuilplaats.
De mijt is relatief groot en is met het blote oog goed te zien is. Het volwassen
vrouwtje is ovaal tot peervormig en is 0,6-0,8 mm. lang en 0,4 mm. breed met
lange poten. Wanneer ze zich volgezogen heeft met bloed, is de lengte wel 1
mm. of meer. Het volwassen mannetje is iets kleiner. De kleur vari-eert normaal
van grijsachtig wit tot zwart, maar wanneer ze net bloed hebben gezogen zijn
ze licht- tot donkerrood. De larven en nimfen zonder bloed zijn doorschijnend
wit en kleiner dan de volwassen rode bloedmijten. Ook de nimfen hebben,
voordat ze veranderen in een volgend stadium, een bloedmaaltijd nodig.
De rode bloedmijt heeft geen echte mond, maar monddelen, waarmee ze het
bloed tot zich kan nemen. Haar huid bestaat uit een verharde waslaag en de
zuurstofopname gebeurt via acht openingen op haar rug. Op deze wijze kan de
zuurstof zich in het lichaam verspreiden. Het belangrijkste zintuig is de reuk.
Hiermee zijn ze in staat om vogels van relatief grote afstand op te sporen voor
een bloedmaaltijd. Ook bij de voortplanting speelt de reuk een belangrijke rol
om een partner te vinden.
De enzymen van de rode bloedmijt zijn sterk aangepast aan de vertering van
bloed. Over hoe de ver-tering verloopt na de opname van bloed, is verder
weinig bekend. Wel is bekend dat een belangrijk deel van de vertering niet
in de darm plaatsvindt, maar intracellulair. Dit betekent dat de vertering in
speciale cellen plaatsvindt.
Zeer snelle voortplanting
Om zich te kunnen voortplanten heeft een volwassen bloedmijt bloed nodig.
De volwassen bloedmijten bezoeken gemiddeld één keer per 2 à 4 dagen hun
gastheer. De optimale condities om zich te kunnen voortplanten ligt tussen
25 en 27 ºC, bij een relatieve luchtvochtigheid van 70%.
Door de enorme voortplantingsmogelijkheden van de rode bloedmijt kan een
populatie zich iedere zes dagen verdubbelen. Bij de berekening van de ver-
meerdering van het aantal rode bloedmijten en het bepalen van de populatie,
gaan we uit van één paartje volwassen bloedmijten. Het vrouwtje legt per keer
ongeveer acht eitjes waarvan 40% volwassen wordt. Een volledige cyclus van
eitje tot volwassene duurt ongeveer zes dagen.
Dit betekent dat gedurende deze peri-
ode de populatie met een factor van 3,2
toeneemt. Als we er van uitgaan dat de
jonge vrouwtjes na deze periode meteen
geslachtsrijp zijn, zal de populatie na 60
dagen nabij de16.000 zijn.
Uitgaan van slechts één paartje rode
bloedmijten in uw hok, is natuurlijk een
utopie. Als we met 100 paartjes rode
bloedmijten beginnen, dan moeten we
achter dat getal twee nullen plaatsen en
is het aantal 1.600.000.
Ontwikkelingscyclus
Het mannetje vindt het vrouwtje op de reuk en na de paring zal het volwassen
vrouwtje na 12 tot 48 uur 3-9 eitjes produceren en tijdens haar leven volgen nog
een aantal legreeksen. De eitjes legt ze in scheuren en kieren. Gemiddeld leven
de rode bloedmijten 20 dagen en leggen de vrouwtjes in die periode ongeveer
30 eitjes. De eitjes zijn 0,25-0,4 mm. groot, ovaalvormig en parelwit van kleur.
Onder een sterke loep zijn ze zeer goed te herkennen. De eitjes ontwikkelen zich
in 2 à 3 dagen tot een zespotige larve. Zonder voeding transformeert deze larve
zich na 1 à 2 dagen tot een protonimf. Deze heeft een bloedmaaltijd nodig om
in 1 à 2 dagen te transformeren tot een deutonimf. Nadat deze een bloedmaaltijd
heeft gehad, transformeert de deutonimf zich in 1 à 2 dagen tot een volwassen
bloedmijt. Na de laatste vervelling zal dit nieuwe volwassen vrouwtje snel gevon-
den worden door een mannetje en na de paring begint de cyclus opnieuw.
In de onderstaande grafiek ziet u de globale samenstelling van de diverse
ontwikkelingsstadia in een populatie rode bloedmijten. Hieruit kunnen we
afleiden dat 55 % hiervan, regelmatig een bloedmaaltijd nodig heeft, namelijk
de volwassen mijten, de deutonimfen en de protonimfen.
De gevolgen van bloedafname
De bloedmijt neemt per maaltijd relatief veel bloed tot zich. In de professionele
pluimveehouderij weegt een kip tussen de 1,7 en 2 kilo en bestaat gemiddeld voor
7,25%uit bloed. Dit is dus ongeveer 145 gram. In de pluimveehouderij gaat men
er vanuit dat bij een matige besmetting per nacht ongeveer 2,3% bloed van elke
kip wordt afgetapt. Dit is 3,5 gram bloed per kip. Dit zou dus betekenen dat zij
die nacht bezocht is door ongeveer 17.500 volwassen rode bloedmijten.
Hoeveel bloed wordt geconsumeerd?
Per voeding neemt de bloedmijt in verhouding tot haar lichaamsgewicht een
relatief grote hoeveelheid bloed tot zich. Dit zien we in onderstaande grafiek.
Dat betekent dat de 200 á 300 nakomelingen van dit ene paartje bloedmijten
gedurende die 20 dagen, ongeveer 10 gram bloed afnemen.
Individu
Leeg gewicht
Gewicht na
bloedmaaltijd
Gewicht
Bloed
Protonimf
0,010
0,033
0,023
Deutonimf
0,024
0,076
0,052
Volwassen mijt
0,076
0,280
0,204
(gewichten in mg)
Het gewicht van het bloed dat ze afnemen, is meer dan 100% van hun lichaams-
gewicht. Bij een vol-wassen exemplaar zelfs 170%.
In een volgend artikel zal ik ingaan op de gevoeligheden van de rode bloedmijt
en wat we hiermee kunnen doen.
Bron:
“Bloedluis en andere ectoparasieten”
van Harrie van Rooij.
Voor adviezen kunt u kijken op www.boekbloedluizen.nl, of mij bellen
(tel: 040-2018124).
Dermanyssus gallinae (rode
bloedmijt) Foto: Hans Smid.