Pagina 56 - untitled

Basis HTML versie

56
K
IPBEGRIP
- R
Tekst: Ad Boks,
afbeeldingen Piet Kroon.
R
; Wat is een reciproke kruising of een reduc-
tiedeling en heeft u wel eens gehoord van een
roeipoot of roet in de staart? Hieronder vindt u
de verklaring.
Rachitis
; Verweking van de beenderen ten gevolge
van het gebrek aan vitamine D3. De kalk/fosfor-
stofwisseling wordt hierdoor verstoord, waardoor
de mineralen niet uit het voedsel kunnen worden
opgenomen en afgezet kunnen worden in het skelet.
Zonlicht, maar ook goed pluimveevoer, zorgen voor
de aanvoer van voldoende vitamine D.
Ras
; Groep individuen, die zich door gemeen-
schappelijke, erfelijke lichamelijke kenmerken
onderscheidt van andere individuen.
Rasbeschrijving
; De door de standaardcommissie
van de Nederlandse Hoender- en Dwerghoender-
bond in de Nederlandse standaard van hoenders
en dwerghoenders opgenomen beschrijving van de
verschillende onderdelen van een vertegenwoordi-
ger van een ras.
Raszuiver
; Wanneer ouderdieren van een bepaald
ras, jonge dieren opleveren met dezelfde eigen-
schappen, kan men spreken van raszuiver.
Recessief
; Erfelijke eigenschap, die bij kruising
met een dominante eigenschap wordt onderdrukt.
Onderlinge paring van dieren uit een dergelijke
kruising levert zichtbaar weer 25% dieren met
deze recessieve eigenschap op, daarnaast 50%
dieren, die deze eigenschap onderdrukt bezitten
en 25% dieren, die de eigenschap helemaal niet
meer bezitten.
Reciproke kruising
; Een begrip uit de erfelijk-
heidsleer, waarmee wordt bedoeld een omgekeerde
kruising, welke een ander resultaat oplevert dan
de oorspronkelijke kruising. Een voorbeeld is de
kruising van een zilver haan met een goud hen. Dit
levert uitsluitend zilverkleurige kuikens op, waarbij
moet worden vermeld, dat de hanen fokonzuiver
zilver zijn. De omgekeerde kruising is een goudhaan
met een zilver hen. Het resultaat is dan 50% zilver-
kleurige fokonzuivere hanen en 50% goudkleurige
hennen. Deze laatste combinatie wordt ook wel
aangeduid met de fok van scheikuikens, zie het
verhaal bij Assendelfters.
Reductiedeling
; Dit is de deling van de chro-
mosomen, die plaatsvindt in de geslachtscellen.
Bij de normale deling van lichaamscellen worden
de chromosomenparen, die zich in de celkern
bevinden, vermeerderd door deling in de lengte.
Alle nieuwe cellen krijgen op deze wijze dezelfde
chromosomenparen als de voorganger. Bij de
geslachtscellen krijgt na deling, iedere zaadcel
en eicel slechts enkelvoudige chromosomen. Na
de bevruchting smelten de chromosomen van de
ouders samen tot een cel met chromosomenparen,
waarvan de ene helft afkomstig is van de vader en
de andere helft van de moeder.
Ren
; Al dan niet overdekte, afgesloten, uitloop
voor pluimvee, waardoor de leefruimte voor de
dieren wordt vergroot. Noodzakelijk is het niet bij
voldoende hokruimte.
Resistentie
; Weerstand hebben tegen. Kippen
kunnen weerstand opbouwen tegen bepaalde ziek-
ten. Dit geldt echter ook voor ziekteverwekkers,
zoals virussen en bacteriƫn tegen medicijnen. Het is
daarom van belang om dieren alleen danmedicijnen
te verstrekken, wanneer het echt nodig.
Ringen
; Het van een vast kenmerk voorzien van
een kip. Wanneer een fokker dieren wil exposeren
op een show moet de dieren voorzien zijn van een
vaste voetring. Deze worden door KLN en de
NBS uitgegeven. Voor elk ras, haan en hen, is er
een bepaalde maat ring verkrijgbaar. De leeftijd
waarop jonge dieren worden geringd varieert van
8 tot 12 weken, dit is afhankelijk van het ras. Die-
ren met een afschuifbare ring, die groter is dan de
voorgeschreven maat, worden gediskwalificeerd. In
andere gevallen krijgen ze het predicaat O, omdat
de loopbenen te dun zijn.
Roeipoot
; Afwijkende pootstand bij kuikens.
Hierbij staan de poten helemaal naar de zijkant,
waardoor het dier niet kan lopen, maar over de vloer
kruipt. Deze afwijking is niet te genezen.
Roest
; Rode aanslag op vleugels bij patrijskleurige
hennen. Dit begrip wordt ook gebruikt bij bruine
aanslag in hals en zadel van blauwe en koekoek-
kleurige hanen.
Roesten
; Het slapen van kippen op de zitstok.
Zo hanteer je een hoen om het ringnummer af te lezen.
Zo schuif je een ring om de poot
van een opgroeiend kuiken als
de voet nog niet volgroeid is
(afhankelijk van het ras tussen 6
en 10 weken).
a. de ring fout onder het spoor geplaatst, niet
tijdig boven het groeiende spoor geschoven,
waardoor de ring de poot gaat afknellen.
b. de ring is niet ondersteboven aangebracht,
zodat die moeilijk af te lezen is.
c. een goed aangebrachte ring.