Pagina 55 - untitled

Basis HTML versie

55
Niet alleen zien we Gelderse slenken, maar we
zien ook steeds meer
Groninger slenken
. Timmer
en Smit scoorden bij de Groningers 96 punten.
Bij de
Gelderse slenken
scoorde de grote promotor,
Pieter Jansma, drie keer 96 punten. Hij wist zelfs
een erecertificaat te winnen met één van zijn vogels.
Voor een ras dat pas zo kort als tentoonstellingsduif
erkend is, een mooie promotie. De groep langsna-
velige tuimelaars begon met veertien
Engelse eksters
.
Hierbij enkele mooie forse dieren met veel lengte.
Cees van de Bemd scoorde drie maal 96 punten.
De inzending
Duitse langsnavelige tuimelaars
viel
me in kwantiteit en kwaliteit een beetje tegen. Zes
dieren is wel erg weinig en daarbij vond ik ook dat
ze eigenlijk allemaal te kort kwamen in lengte en
grootte. Ze moeten eleganter zijn dan een Engelse
ekster, het verschil was nu wel erg groot.
Hierna enkele
Kasseler tuimelaars
. Kopbelijning en
stand waren in orde. De twee ingezonden doffers
bleven door nog enkele kleine wensen allebei ste-
ken op 95 punten. Karel Lewin liet enkele
Berliner
Langen
zien. Duivenmet lange bekousde benen, een
horizontale stand en de zo typische kopbelijning.
Een jonge blauwekster duivin kreeg 96 punten.
Onbegrijpelijk dat er niet meer liefhebbers zijn van
de
Poolse langsnavelige tuimelaars.
Dit type, de kop-
kenmerken en kleurstelling zou toch meer fokkers
moeten boeien. Lewin scoorde met een jonge dui-
vin 96 punten. De
Stralsunder hoogvliegers
konden
mij niet zo bekoren. Het beeld dat ik van dit ras heb,
is dat ze een horizontale stand hebben, een horizon-
taal ingestoken snavel en vuurrode oogranden. Aan
deze kenmerken mankeerde het bij alle dieren. In
mijn beleving was hier het vliegtype ingeschreven
en niet het veredelde showtype. Jammer, want het
is een mooi ras. De
Deense tuimelaars
waren hard
aangepakt. Er waren veel opmerkingen over type
en vooral stand, waardoor een aantal dieren lage
predikaten kreeg. De fokkers, Geert Siemons en
Wim Halsema scoren regelmatig veel hoger dan
nu het geval was. De waarheid zal wel ergens in
het midden liggen. De ingeschreven
Amsterdamse
baardtuimelaars
waren van een bovengemiddelde
kwaliteit, één keer 95, twee keer 96 en één keer
97 punten, zegt genoeg over een inzending van
vier dieren van Roel Bijkerk. Jammer dat er niet
meer ingeschreven waren. Wat zou de reden zijn?
Zijn de keurmeesters ‘te streng’?
Nederlandse hoog-
vliegers
waren met dertig dieren aanwezig. In alle
kleurslagen mooie dieren. Opvallend vond ik de
schoorsteenveger in kooi 6890 van Konings (96
punten) en geel witschild van Entius in kooi 6907
(ook 96 punten). Ook de inzending
Nederlandse
helmduiven
was het bekijken meer dan waard. Jan
Voncken liet een paar prachtige blauwen zien.
Mooie korte, brede types, met prima kop en daarbij
snavelinplanting. Hij scoorde op vier dieren, drie
keer 96 punten. Van ’t Hul scoorde ook nog eens
drie keer 96 punten in rood en geel. Qua type
spraken de blauwen me iets meer aan.
Oud Hollandse tuimelaars
hebben we wel eens meer
in aantal gezien. In hetzelfde weekend had de spe-
ciaalclub zijn clubdag. Wat planning betreft, niet
geheel ideaal. Om eerlijk te zijn vielen de types me
niet mee. De meeste dieren waren te lang, of te
smal en misten vaak ook nog de juiste stand. Het
zo mooi omschreven schuitmodel zag ik enigszins
bij een jonge blauwzilver duivin van Kok en een
oude blauw witstaart doffer van Haas, terwijl de
rest me ook niet zo kon bekoren. Waar zijn ze
toch gebleven?
Klaas Joustra liet een mooie collectie
Portugese
tuimelaars
zien. Winnaar werd een zwarte jonge
doffer. De roodagaat deed er niet veel voor onder
en sprak me qua kleurstelling meer aan. De fok-
kers van de
Engelse langvoorhoofd tuimelaars
hadden
gezamenlijk een mooie collectie dieren bij elkaar
gebracht. Ruim dertig, over de hele linie mooie
dieren, zien we niet elk jaar. De tijgers waren mooi
om te zien. De zwarte van Albert van Feggelen en
de geelzilver van Wiggert Hasselt hadden in mijn
beleving de betere koppen.
Nonduiven
zitten er eigenlijk altijd in mooie aantal-
len op onze bondsshow. Evenals de twee voorgaande
jaren was Mulder de grote winnaar. Deze keer met
een jonge zwarte duivin, die tevens de Giesbersprijs
wist te winnen. Opvallend bij de Non vind ik toch
wel dat veel dieren erg lang zijn in achterpartij,
Horseman kropper, blauw zwartgeband, doffer oud van
Ad van Eekelen, 97 punten.
Ter erkenning Oud Nederlandse hoogvlieger, rood getijgerd van
Theo Kox.
dat ruggen niet altijd mooi zijn afgedekt en dat de
nekvulling geregeld vaster moet. Vooral de lengte
in achterpartij vind ik zeer storend. Ook veel dieren
met hoge predikaten kampen met dit probleem. Als
er zulke aantallen op de show worden gebracht kan
de lat volgens mij best wat hoger gelegd worden. Bij
de
Oosterse rollers
scoorde zowel Cees Schrauwen als
Ton Daniëls twee keer 96 punten. Bij de
Perzische
rollers
viel Lisanne Daniëls ditzelfde predikaat een
keer ten deel. Vreemd dat we dit ras niet meer
zien, terwijl de Oosterse roller zo populair is. De
postuurtuimelaars zien we ook steeds minder en
dat is jammer, want ze zijn zo mooi.
Jan Woudenberg liet enkele
Taganroger tuimelaars
zien en Ben Boekelder enkele
Noord Kaukasische
postuurtuimelaars
. Beiden scoorde eenmaal 96 pun-
ten. VanHorn liet enkele
Warschauwer vlinders
zien.
Een ras dat niet erkend is en gezien de kwaliteit,
hoeft erkenning volgens mij totaal geen probleem
te zijn. Deze getijgerde kortsnavels vond ik erg
mooi, vooral de drie roden. Ze zaten allemaal te
koop, dus wie weet is er een nieuwe liefhebber mee
begonnen. Hierna drie
Schöneberger tuimelaars
. De
twee jonge dieren scoorden 95 en 96 punten en
lieten allebei de zo kenmerkende derde band zien.
Bij de
Berliner korten
was helaas de helft van de in-
schrijving absent en de aanwezige dieren waren van
een gemiddelde kwaliteit. De snavelinplanting en
de conditie kon wel iets beter. Cas Butter liet twee
Elbinger witkoppen
zien. De oude doffer haalde 96
punten. Een vogel met een prima type, maar vooral
een mooie brede kop en een mooie gezonde snavel.
Bij de
Stettiner tuimelaars
enkele mooie dieren. Kop
en snavel is bij de meesten prima, de types konden
bij enkele dieren duidelijk korter. Volgens de stan-
daard is het een duif waarbij alles kort is, dus ook
de achterpartij.
Bij de
Engelse kortvoorhoofd tuimelaars
waren de 96
punten voor Roel Bijkerk met een jonge gele duivin.
Verhoork en Van Horn lieten een leuke collectie
Koningsberger reinogen
zien. Verhoork wist met zijn
vijf ingeschreven dieren, drie keer 96 punten te
scoren en was daarmee de winnaar in dit ras. Zijn
dieren vielen op door de mooie conditie.