Pagina 5 - untitled

Basis HTML versie

5
N
OORD
-H
OLLANDSE WITBORST
EENDEN
:
HOE
LANG
NOG
?
Tekst en foto’s: Jogchum IJpma
Het zijn nog maar een paar liefhebbers die de
Noord-Hollandse witborsteenden trouw zijn.
Het is niet voor het eerst dat de noodklok
voor dit ras, ooit een belangrijke bedrijfseend,
wordt geluid. De GedomesticeerdeWatervogel
Vereniging heeft in het verleden een aantal lief-
hebbers bereid gevonden de ernst van de zaak
in te zien, helaas was deze opleving van korte
duur en zijn velen al spoedig afgehaakt. Over
het hoe en waarom daarvan, is het in het duister
tasten. Het is een eend die weinig bijzonders
eist, het zijn zeer goede legsters en trouwe
broedsters, daaraan kan het dus niet gelegen
hebben. Daaromwil ik graag een artikel aan dit
eendenras wijden. Een aantal fokkers komen
aan het woord, in de hoop dat de belangstelling
voor dit ras zal toenemen.
De historie
Het is een ras van Noord-Hollandse origine. Het
waterrijke gebied was bij uitstek geschikt om dit
eendenras te houden. Vooral de Zaanstreek stond
daarom bekend, maar ook rond Purmerend wer-
den ze veel gehouden. De eenvoudige huisvesting
voor deze eenden en het gegeven dat ze voor een
groot deel zelf hun kostje opscharrelden in de
(polder)sloten, zullen daar ongetwijfeld aan hebben
bijgedragen. Als de eenden in de avond of vroege
morgen werden opgehaald werd er enig voer ver-
strekt. De regelmaat hiervan leidde ertoe, dat tegen
de tijd van ‘thuishalen’ de eenden zich al huiswaarts
begaven. Vooral in de gebieden waar visserij werd
bedreven werd als voer puf, -ondermaatse en afval
van vis- verstrekt. Dit kwam voor een deel van de
visafslag van IJmuiden en er waren lieden die dit
aan de eendenhouders verkochten, maar ook werd
er graan, erwten en ander ‘voedsel’ verstrekt, die
bij het dorsen vrijkwamen en niet aan de gewenste
kwaliteit voor verkoop voldeden. De relatief goed-
kope huisvesting, grote legkracht en goede prijs
die de eendeneieren opbrachten, bracht menigeen
ertoe zich van een koppeltje eenden te voorzien.
Dat niet iedereen blij was met deze vorm van een-
denhouderij bleek, omdat de eenden zich niet alleen
tegoed deden aan de vegetatie en waterdiertjes in
de sloten, maar vooral tegen de tijd dat het graan
werd geoogst, daar hun slag sloegen. In het voorjaar,
Toom jonge eenden van
L. Ouweltjes te Oost
Knollendam. Hierbij valt
de grote witte borstvlek
op, foto uit Kleinveeteelt
van 27 augustus 1925.
Dagverblijf van de
foktoom van L. Ouweltjes
te Oost Knollendam,
ook hier grote witte
borstvlekken. Bij een
aantal vallen de witte
spiegelzomen op, wat
beslist niet gewenst is.
Foto uit Kleinveeteelt van
27 augustus 1925.
Eend met kuikens aan
de slootkant van de
Beemster. De snavel is
fraai recht en gaat op
de juiste wijze over in de
voorkop. Bij de kuikens
is al te zien dat de
borstvlek groot zal zijn.
Foto uit Kleinveeteelt van
24 mei 1928.