Pagina 16 - untitled

Basis HTML versie

16
Genetisch gezien zie ik het als volgt: we paren twee dwergkonijnen aan elkaar,
zie de volgende voorbeelden:
genummerd 1 – 2 – 3 – 4
Nummer 1 is factor voor groot konijn
Nummer 2 is factor voor dwergkonijn
Nummer 3 is factor voor groot konijn
Nummer 4 is factor voor dwergkonijn
De factoren 1+3, 1+4, 2+3 en 2+4 kunnen tezamen komen, waaruit het vol-
gende ontstaat:
1+3 = 2 keer de factor voor groot, te groot jong
25 %
1+4 = 1 keer de factor voor groot en 1 keer voor dwerg,
normaal dwergkonijn
25 %
2+3 = 1 keer de factor voor groot en 1 keer voor dwerg,
normaal dwergkonijn
25 %
2+4 = 2 keer de factor voor dwerg, te klein jong
25 %
Van de weinige jongen die een dwergkonijn krijgt, blijft dus maar 50% in leven.
Als je geluk hebt kun je een nestje van drie of vier levende jongen krijgen en
als je pech hebt een nestje van drie of vier dode jongen.
Natuurlijk komen er ook afwijkingen voor. Het ene konijn heeft lange oren
en de andere kortere oren. Ook het formaat verschilt nog wel eens. Er zijn
ook mensen van 1.60 m. en van 1.98 m. Ik heb nog geen tientallen jaren er-
varing met het fokken van kleurdwergen en sommige feiten kunnen ook wel
op toeval berusten. Best mogelijk dat mijn visie dan ook niet 100% juist is.
Ik geef mijn mening dan ook graag voor een betere, want ik heb de wijsheid
ook niet in pacht.
Ik heb zelf een aantal tekeningen gemaakt met de PC. Maar dat is niet al te
best. Mogelijk dat jullie dat beter kunnen. Ik zal zowel mijn, als de originele
(scannen 1 en 2), tekeningen bijvoegen.
Tekening 3
Tekening 4