Pagina 60 - KM 2010-11

Basis HTML versie

60
Koekoekpatrijs
; Zie “patrijs”. Bij de koekoekpatrijs
zijn de zwarte partijen van de patrijs vervangen door
de koekoektekening. Dat wil zeggen dat bij de haan
de borst, staart, vleugelbanden en slagpennen de
koekoektekening laten zien, ook de schachtstreep
heeft deze tekening. Aangezien de meeste geshowde
hanen fokonzuiver zijn, komt de koekoektekening
vaak niet tot zijn recht. Ook op rug en schouders is
enige koektekening waarneembaar. Bij de hen zijn
de zwarte partijen ook vervangen door koekoek.
Dit leidt tot donkergrijze wolken op de schouders,
vleugeldekveren en de rug. De borst behoort egaal
zalmkleurig te zijn.
Koekoeksbeen
; Ook wel kambeen genoemd, is de
laatste staartwervel. Deze is breed en hoog. Hieraan
zijn spieren bevestigd die de stuurpennen van de
staart bewegen.
Koloniehok
; Een opfokhok voor jonge dieren,
dat meestal verplaatsbaar is en neergezet is in een
weiland of boomgaard.
Kooi
; Op tentoonstellingen gebruikte hokken met
tralies of gaas om de dieren in te showen. Hierbij
is de kooigrootte aangepast aan de grootte van de
dieren.
Kop
; Lichaamsdeel, bestaande uit schedel en ge-
zicht, waaraan kam, kin- en oorlellen, snavel, kuif
en baard kunnen voorkomen.
Koperkleur
; De kleurbenaming van de tekening bij
zwartkoperhalzige dieren. Is ook een ongewenste
tint in de staart van buffkleurige kippen, vooral
voorkomend bij de hanen.
Kopversierselen
; Deze worden gevormd door
verschillende onderdelen van de kop: kam, kin- en
oorlellen.
Kortbenigheid
; Dieren die deze eigenschap bezit-
ten wordenmeestal aangeduidmet de naam kruiper.
Het gaat hierbij om dieren met zeer korte benen.
De factor voor kortbenigheid gaat bij de kippen
gepaardmet een zogenaamde letale of dodelijke fac-
tor. Dieren die fokzuiver zijn voor deze eigenschap
sterven in het ei. Bij de paring van fokonzuivere
dieren betekent dit dat 25% afsterft in het ei, 50%
kortbenig is, maar fokonzuiver, en 25% de normale
beenlengte heeft.
Een gekortwiekte vleugel.
Kortwieken
; Om het uit het hok of de ren vliegen
van kippen tegen te gaan, wordt soms een aantal
grote slagpennen van één vleugel driekwart af-
geknipt. Dieren, waarmee men wil showen, mag
men nimmer de vleugels knippen, daar dit leidt tot
uitsluiting van bekroning. Bedenk wel dat na de rui
alle veren volledig terugkomen.
Kraag
; Onderste gedeelte van de halsveren van de
haan en de hen.
Kraienköppe
; De naam die in Duitstalige landen
is gegeven aan onze Twentse Hoenders. In het
begin van de 20e eeuw werd deze naam ook in
Nederland gebruikt. Om verwarring met onze
Kraaikoppen te voorkomen is de naam gewijzigd,
in eerste instantie in Twentse Grijzen en later in
Twentse Hoenders.
Krom borstbeen.
Krom borstbeen
; Een skeletafwijking, die uiterlijk
niet is te zien. Door de dieren in de hand te nemen
en de vingers langs het borstbeen te laten glijden,
kan men deze afwijking constateren. De afwijking
kan variëren van een geringe buiging aan het begin
van het borstbeen tot een soort S-vormige krom-
ming. Afhankelijk van de mate van voorkomen
wordt deze afwijking bestraft.
De oorzaak is het verband tussen erfelijke aanleg en
een te kort aan vitamine D. Soms kan het te vroeg
op stok gaan van de jonge dieren deze afwijking
stimuleren.
Kromme tenen
; Hierbij staat de teen niet recht
naar voren maar vertoont een bocht soms wel een
bocht van negentig graden. De oorzaak kan ver-
schillend zijn. Het kan een erfelijke afwijking zijn,
maar ook een colli-infectie kan tot teenafwijkingen
leiden. In dit verband kan ook worden gewezen op
het gedraaid zijn van de tenen, waardoor de dieren
niet op de teenzool maar op de zijkant van de teen
lopen. Teenafwijkingen, met name kromme tenen,
sluiten uit van bekroning.
Krop
; De slokdarm vertoont halverwege een ver-
wijding, de krop. De functie van de krop bestaat in
het tijdelijk opslaan van in overmaat opgenomen
voer. Door vermenging met afgescheiden sappen
wordt het voer geweekt en gebroeid. Bij een lege
maag gaat het voer rechtstreeks naar de maag en
wordt niet opgeslagen in de krop.
Kruisen
; Het aan elkaar paren van dieren van
verschillende rassen of kleurslagen.
Kruisling
; Hiermee wordt meestal een bastaard-
kip aangeduid, dat wil zeggen zonder specifieke
raskenmerken.
Kruissnavel
; Snavelmisvorming, waarbij de punt
van de bovensnavel naast die van de ondersnavel
staat.
Duidelijke kruisvleugel.
Kruisvleugel
; Hierbij worden de grote slagpennen
horizontaal gedragen, terwijl de kleine slagpennen
schuin naar beneden gericht hierover heen worden
gedragen. Visueel zit er een gat tussen de grote en
kleine slagpennen. Afhankelijk van de mate van
optreden wordt een dier met deze afwijking terug-
gezet in predicaat of krijgt een O.
Krulvederige Nederlandse Baardkuifkriel.
Krulveer
; Veer, die geheel of gedeeltelijk om de
as is gekruld. Dieren met deze bevedering worden
krulvederig genoemd.
Kipbegrip - K