Pagina 59 - OS_KleindierMagazine_6.pdf

Basis HTML versie

59
Tekst: Ad Boks, afbeeldingen Piet Kroon
Eiwit
: Het wit van het ei. Stof van vergelijkbare
samenstelling. Belangrijk bestanddeel van plant-
aardige en dierlijke organismen.
Ellepijp
: Deze vormt samen met het spaakbeen het
onderarmbeen. Aan dit gedeelte van de vleugel zijn
de kleine slagpennen bevestigd.
Embryo
: Het nog niet geboren kuiken, in de pe-
riode tussen de bevruchte eicel en het nog niet uit
het ei gekomen volgroeide kuiken.
Kuikenembryo.
Enkele kam
: Kamvorm bestaande uit een enkele
vleesachtige ontwikkeling, die zich uitstrekt van
de snavelbasis achterwaarts over de schedeltop.
Tussen de verschillende rassen bestaan verschillen
in grootte, vorm van de tanding en vorm van de
kamhiel.
Enkele hanenkam.
Entbewijs
: Formulier, waarvan een inzender van
dieren op een tentoonstelling een kopie moet over-
handigen aan de tentoonstellingssecretaris. Op dit
formulier staan alle dieren die de inzender bezit,
vermeld en dit is ondertekend door de dierenarts,
als bewijs dat de dieren zijn geënt tegen pseudo vo-
gelpest, ook New Castle Disease (NCD) genoemd.
Om dieren te kunnen inzenden is inenting tegen
NCD verplicht. De maximale werkingsduur van de
enting bedraagt 4 maanden.
Enten
: Kippen kunnen tegen verschillende ziek-
ten worden geënt, bijvoorbeeld pseudo vogelpest
(NCD), infectieuze bronchitis (IB), pokken, difte-
rie, Marekse verlamming etc. Bij de sportfokkers
beperkt het enten zich meestal tot deze vijf ziekten.
De wijze van enten verschilt, zie beschrijving bij
de ziekte.
Entreactie
: Teken dat enten is gelukt, tenminste
wanneer er met een levende entstof wordt gewerkt.
Bij pokken en difterie treedt een zwelling op de
entplaats op, bij NCD en IB enting rochelen de
dieren een paar dagen een beetje.
Entente Européenne d’Aviculture et de Cu-
niculture
: De Franse naam voor het Europese
Verbond voor Pluimvee- en Konijnenteelt. Dit is de
overkoepelende organisatie van bonden in Europa.
Onze landelijke bonden zijn hierbij aangesloten.
Jaarlijks vindt er tijdens het Hemelvaartsweekend
in een van de aangesloten landen een tweedaagse
bijeenkomst plaats.
Ereprijs
: Prijs die aan de beste dieren van een ras
of van de tentoonstelling wordt toegekend.
Erfelijkheid
: Het overdragen van eigenschappen
van een ouderdier op de nakomelingen.
Erfelijkheidsleer
: De leer waardoor de overdracht
van erfelijke eigenschappen van het ouderdier op
de nakomeling wordt verklaard.
Ernstige fouten
: Is de aanduiding voor een volle-
dige afwijking van een in de standaard omschreven
raskenmerk. Wanneer deze fout aanwezig is, zal het
dier het predikaat O door de keurmeester krijgen
toegekend.
Erwtenkam
: Drierijige kam, die vroeger ook wel
erwtenkam werd genoemd.
Erwtenkam, wordt tegenwoordig drierijige
erwtenkam genoemd.
Etagehok
: Een in etages gebouwd hok om het
grondgebruik te beperken. Vooral in kleinere
stadstuinen is dit een mogelijkheid om meer to-
men krielen te houden. Voor grote rassen is een
dergelijk hok, vanwege de hoogte van de dieren,
minder geschikt.
Ethercapsule
: Apparaat in de broedmachine, dat
reageert op het warmte aanbod. Het zet uit bij ho-
gere temperatuur en krimpt wanneer de tempera-
tuur daalt. Op deze wijze kan de temperatuur in de
broedmachine worden geregeld. Is onnauwkeurig
door de veranderende luchtdruk.
Europese hoenderrassen
: Dit zijn de rassen die in
een Europees land zijn ontstaan of hun ontstaans-
basis hebben. Vrijwel alle Europese landen hebben
wel een of meer eigen rassen.
Evolutie
: Geleidelijke ontwikkeling van een dier
of plant in een bepaalde richting.
Etagekooi.