Pagina 12 - cover-nr-08.indd

Basis HTML versie

Een jongensdroom verwezenlijkt:
432
Wat droom je als je witte Pommerse kroppers en
blauwschild Oud Hollandse Meeuwtjes in je hok
hebt? C.S.Th. van Gink zal het antwoord hebben
geweten, hij bezat als jongen deze twee rassen en
droomde regelmatig van de kruising van deze twee,
een witte kropper met een gekleurd vleugelschild:
De Voorburgse Schildkropper
Dat het hem uiteindelijk is gelukt is bekend, maar
de weg die hij ervoor heeft moeten volgen was lang,
en de echte doorbraak van het ras heeft hij helaas
niet meer mogen meemaken.
C.S.Th. van Gink werd geboren op 25 oktober
1890 in Nieuwer-Amstel, onder de rook van Am-
sterdam en is door de jaren heen bekend geworden
als fokker, tekenaar, schrijver en keurmeester. Ook
internationaal heeft C.S.Th. van Gink kennis
opgedaan en later overgedragen, zo heeft hij zijn
tekenopleiding gevolgd in Chicago (VS). Beroeps-
matig is hij hoofdredacteur van Avicultura geweest
en was jarenlang directeur van de Orion (Polygoon)
fabriek. Hij overleed op 11 februari 1968.
gestart met 3 koppels, in 1934 waren het reeds 33
paren. De lijn Schildpauwstaart en Norwich krop-
per gaf de meeste hoop voor de toekomst.
Wat van Gink een Norwich noemde moet gezien
worden als de Uploper. Deze uit Engeland afkom-
stige kropper, bezat zeer veel actie, springend over
de vloer waarbij de staart onder het lichaam werd
getrokken.
”De uit Engeland afkomstige Uploper moest
zorgen voor het nodige temperament”
(Foto: Rikus Hagenauw)
De nakomelingen lieten een opgerichte stand zien
en enig blaaswerk. Van Gink ontdekte dat de veer-
velden verschillend vererven. De schouderveren
vormen een eigen kleurcentrum en handhaven zich
”het schetsje boven het bureau”
(Foto: Rikus Hagenauw)
C.S.Th. van Gink (foto: Archief Willem Voskamp)
Het bij van Gink als kleine jongen ontstane idee
rond 1905 kreeg uiteindelijk vorm in 1929.
Hij tekende een schetsje van een kaalbenige schild-
kropper en schreef daaronder de tekst: Schild-
pauwstaart x Norwich x Smierel en de datum 6
okt. 1925, dit schetsje hing hij boven zijn bureau.
Zijn uitgangspunt was om diverse kropperrassen en
schildgetekende duivenrassen te gaan kruisen, met
als uiteindelijk doel de Voorburgse Schildkropper.
In 1929 werden enkele koppels Smierels en Schild-
Pauwstaarten aangekocht voor de schildtekening
en de laatste tevens voor de halslengte. Omdat van
Gink zich als type een duif voor ogen had gesteld
die het midden moest houden tussen een Norwich
en een Brünner werd met deze twee kropperrassen
gestart. Niet bewust van de lange weg die het later
bleek te worden ging hij zo van start. Werd in 1930
bij inkruising met wit. Uit de duim- en vleugeldek-
veren verdwijnt bijna onmiddellijk de kleurstof.
Bonte dieren is hiervan het resultaat. Het wit in
de duimveren bleek even hardnekkig als kleur in
de broek. Alleen door onderling te kruisen bleken
beide te overwinnen.
Veelbelovend fokresultaat uit 1935: met ballon
maar ook tekeningfouten.
(Foto: Rikus Hagenauw)
In 1935 konden de eerste dieren worden geëxpo-
seerd. Echter van de 35 dieren toonden er 3 een
beetje ballon, maar de tekening liet nog veel te
wensen waarop de doorzetter van Gink besloot
nieuwe rassen in te gaan kruisen. Ommeer hals- en
beenlengte te krijgen werden de Franse en de En-
gelse dwergkropper ingekruisd. Norwich kroppers
moesten zorgen voor een grotere en rondere ballon.
Voor meer kleur en tekening werd gebruik gemaakt
van rode en gele Steigerkroppers en Brünner krop-
pers. Tot slot werden Schildduiven ingekruisd.
Deze springende doffer laat zijn erfenis van de
uploper zien. (Foto: Rikus Hagenauw)
Ook deze fokseizoenen gaven wisselende resultaten,
met in 1937 veel sterfte door een ziekte. Langzaam
werd echter het beeld wat van Gink voor ogen had
benaderd en in 1938 werd het ras erkend door de
Raad van Beheer. Het ras kreeg echter jarenlang
geen vaste voet aan de grond. Om de een of andere